‘Lenteloos Voorjaar’ door Hanny Michaelis

Deel 1 Oorlogsdagboek 1940 – 1941

De dagboeken van dichteres Hanny Michaelis, deel 1 van 1940 tot 1942 en deel 2 van 1942 tot 1945, zijn van een unieke schoonheid en intensiteit.
Dit is de recensie van deel 1.

Hanny Michaelis (1922-2007) schreef – dag in dag uit – over de gebeurtenissen die haar overkwamen, over haar reacties en haar eigen gedrag. Vanaf het beginschrift word je haar wereld van jong meisje ingetrokken, in Amsterdam aan de rand van de stad, in de Rivierenbuurt, in de chaotische eerste oorlogsdagen: vliegtuiggeronk, angst voor de bommen, slapeloosheid door het nachtelijk afweergeschut, de zoeklichten en de onheilspellende sirenes. Waar komen die bommen neer? Welke huizen in de Rivierenbuurt worden getroffen? Boven doelwit Schiphol zijn rookwolken. Ook ‘Friendly Fire’ (van de Engelsen) is vernietigend.

Hanny zit in de 5e klas van het Vossius Gymnasium. Op 20 mei begint de school weer. Ze schrijft: ‘Het was wel gezellig op school’, om een bladzijde verder te schrijven: ‘Het aantal zelfmoorden stijgt onrustbarend, er komen steeds nieuwe bij.’ Het Joodse gezin Michaelis is van slag, die eerste dagen in mei ’40, maar ze herpakken zich. Ze doen zo gewoon mogelijk, een houding van psychisch overleven.

Hanny is enorm belezen voor haar leeftijd; ze leest veel Nederlandse, Duitse, Engelse en Franse literatuur en gedichten. Ze schrijft wat ze ervan vindt, heeft mooie overwegingen en houtsnijdende vergelijkingen met andere dichters en schrijvers. Ze speelt piano en krijgt les van haar vader, Alfred Michaelis, geboren in 1889 in Königsberg, die werd opgeleid tot concertpianist. Toen zijn vader stierf moest hij van het conservatorium af. Hij kon bij een oom in Amsterdam, die een hoedenfabriek had, een baantje krijgen, wat in die tijd in Duitsland niet meer mogelijk was. Hij hield het niet vol. In Amsterdam treedt hij wel eens op als pianist, maar is niet bestand tegen plankenkoorts. Hanny’s moeder Gonda werkte aanvankelijk als administratrice, maar werd eind jaren ’20 vanwege de crisis ontslagen. De ouders van Hanny hebben altijd financiële problemen. Puber Hanny noemt ze afstandelijk ‘het ouderpaar’.

Hanny is verliefd, op dezelfde jongen als haar beste vriendin. Ze durft die jongen niet te benaderen, het is liefde vanuit de verte, want de jongen weet van niks. Ze observeert voortdurend waar hij is, wat hij doet en of hij haar of haar vriendin ziet. Het klinkt obsessief, maar het is ook aandoenlijk en interessant hoe veel energie ze in die verliefdheid stopt en hoe weinig het haar oplevert, behalve mooi proza! Later wordt ze verliefd op haar leraar Nederlands, D. Binnendijk. Ze adoreert de man en wil graag horen wat hij van haar gedichten vindt. Binnendijk dicht zelf ook. Hanny is er, ondanks haar verliefdheid, kritisch over. Binnendijk stimuleert haar proza te schrijven, en als ze zegt dat ze een dagboek bijhoudt, antwoordt hij dat het een uitstekende stijl- en analyseoefening is. In haar dagboek doet ze haar best mooi te schrijven over de natuur waar ze vanuit het appartement van haar ouders op uitkijkt: de rivier de Amstel, de weilanden, de bomen en de bosjes, de luchten in de seizoenen, de lichtval, het weer.

Hanny neemt zichzelf genadeloos onder de loep. Ze vindt dat ze een minderwaardigheidscomplex heeft. Ze wordt geteisterd door haar slechte eigenschappen, zoals botheid, ze vindt zichzelf onaardig, lui en asociaal; ze heeft een ‘zwakheid’, die dermate ernstig is, dat hij niet benoemd wordt. Ze heeft maar één goede eigenschap: ‘Ze kan aardig dichten.’

Ze bespreekt haar gedrag en haar slechte eigenschappen met haar ouders. Beide ouders zijn zeer kritisch ten opzichte van Hanny, er is nauwelijks iets wat ze goed doet. Een gebruikelijke houding van ouders uit die tijd, die het noodzakelijk vinden hun kinderen steeds op hun fouten te wijzen, zodat ze die kunnen overstijgen. Hanny zelf beoordeelt ‘het ouderpaar’ ook heel scherp. Met haar vader kan ze het nog wel vinden, in de muziek en in de (Duitse en later Nederlandse) literatuur, maar met moeder blijft het moeizaam. Pas tegen de tijd dat ze het huis uit gaat (moet gaan) wordt de relatie met haar moeder beter.

Hanny is een eigenzinnig meisje, een zich ontwikkelende persoonlijkheid. Na haar diploma gymnasium en twee oorlogsjaren zijn de kansen voor haar op een universitaire studie of een behoorlijke baan verkeken. Joodse mensen krijgen geen banen meer. Joodse mensen worden niet meer toegelaten tot de universiteit.

Hoewel zowel het ouderpaar als Hanny proberen de moed erin te houden, brokkelt hun vertrouwen in de situatie van hun Joodse gezin langzaam af. Schokkend zijn de maatregelen tegen Joodse mensen, die hun leven voortdurend verengen en bedreigen. Tenslotte zal Hanny op 2 januari 1942 uit huis gaan en dienstbode worden bij het gezin van schrijfster Jeanne van Schaik-Willink. Nogal schrijnend voor een gymnasiaste. Ze heeft het moeilijk haar vader en moeder achter te laten. Wat zal hun lot zijn?

Hanny Michaelis (1922 – 2007) was een Nederlands dichter. In 1947 trouwde ze met Gerard Reve, en scheidde in 1959 toen Reve met een man wilde leven. Ze bleven hun hele leven bevriend. Ze kreeg diverse prijzen voor haar dichtbundels: 1995 Anna Bijns Prijs, ook 1995 Sjoerd Leikerprijs, 1996 Jan Campertprijs. In 1996 verschenen haar Verzamelde gedichten en in 2002 haar jeugdherinneringen in proza, Verst Verleden. Ze dichtte tot 1971.

Uitgever Van Oorschot maakte van haar oorlogsdagboeken twee delen en gaf ze uit in dundruk edities van ongeveer 1000 bladzijden. Nop Maas, Nederlandse literatuurhistoricus (geboren 1949) heeft de twee delen ‘bezorgd en geannoteerd,’ waardoor de boeken verrukkelijk veel achtergronden en aanvullende informatie kregen over situaties die Hanny Michaelis zelf summier weergaf. Alle gedichten die zij zelf alleen vermeldde en niet uitschreef, staan in noten onder aan de pagina’s. Deel 1 begint met een nuttige inleiding.

De titel is afkomstig uit dit gedicht van de jonge Hanny in de oorlogsjaren:

Lenteloos voorjaar, uw bloemen verwaaien,
regens slaan neer en de hemel is oud.
Meedogenloos cynisch schreeuwen de kraaien
haat heeft zijn nest tussen bloesems gebouwd.
….                                                                                                
Lenteloos voorjaar, uw tuin werd woestijn.

Dat was Hanny Michaelis: het wrange in schoonheid vervat.

Uitgeverij         van Oorschot, 2013
Pagina’s           942
ISBN                 978 9028 242 166